Biodiversiteit – Al die verschillen in soorten

Hoe meer verschillende vormen en smaken, hoe groter de biodiversiteit
Hoe groter de biodiversiteit – hoe voedzamer en gezonder de bodem. En omgekeerd: Op een voedzame bodem ontstaat een rijkere biodiversiteit. Daar werken we aan op Zuuver: een grote variatie in planten en dieren. Een biodiverse polycultuur, voor een mooi en veelzijdig landschap. En voor een vitale, krachtige bodem.

We zaaien kruidenrijke graslanden in.
Waardoor daar honderden malen meer diersoorten leven dan bijvoorbeeld in Engels raaigrasland. Ook grote insecten zoals libellen, vlinders, sprinkhanen en langpootmuggen. En allerlei kleine zoogdieren en (weide-)vogels.
Door op bepaalde momenten in het jaar te maaien en te beweiden én niet extra te bemesten, houden we het grasland zo divers en kruidenrijk.

Ook planten we nog steeds nieuwe bomen en struiken bij
Veelal met steun van natuurorganisaties die ons van plantgoed voorzien. Wilgen, noten en bessen in het bos en de weiden. En natuurlijk ook appelbomen speciaal voor de varkens en kippen. Die vinden met name zure appels heerlijk.

Hiermee hebben onze dieren een gezond en veelzijdig menu.
Varkens lusten van alles, maar laten sommige kruiden toch liever staan. Kalkoenen zouden juist die kruiden vaak enthousiast bespringen. Omdat het ene kruid anders smaakt dan het andere, doordat ze nu eenmaal verschillende mineralen uit de grond opnemen. Net zoals kalkoenen andere dingen eten dan varkens.
Een menu dat vanuit de rijke bodem beduidend meer vitaminen en mineralen bevat.

En de biodiversiteit op Zuuver alsmaar rijker en rijker maakt.
En daarmee het ecosysteem vitaler.